Hoe vaak wordt jou deze vraag gesteld? Hoe vaak stel jij zelf deze vraag?
Hoe vaak krijg je écht antwoord? Hoe vaak geef jij écht antwoord?
Let op! Dat denken velen als bovenstaande vraag aan hen gesteld wordt. De vraagsteller wil niet echt weten hoe het met me gaat, heeft iets (anders) van mij nodig. De echte vraag komt zo direct……
“Hoe gaat het” is het sociaal wenselijke voorgerecht. Althans, dat is de praktijkervaring. De ervaring dat ik de “hoe gaat het” vraag even oppervlakkig en kort moet beantwoorden zodat we (de vraagsteller) onze tijd (zijn/haar tijd) kunnen (kan) besteden aan de echte vraag die zo direct volgt.
Dus zeggen we, binnen 2 seconden, “goed” of “prima”. Een één woord antwoord, zelfs één lettergreep!
Het wordt steeds zeldzamer iemand te vinden die écht in jou is geïnteresseerd. Iemand die écht wil weten hoe het met je gaat. Wanneer heb jij iemand voor het laatst vertelt hoe het écht met jou gaat? Of is dat net zó zeldzaam geworden…….
Wanneer ontstond er voor het laatst een gesprek over jou, over de ander, over jullie beiden? Een écht gesprek. Een gesprek waarin je de uitnodiging van de ander voelde om écht over jezelf te praten, je kwetsbaar durfde op te stellen, eerlijk kon zijn (óók naar jezelf), het gevoel had dat er écht naar je werd geluisterd, niet het gevoel kreeg dat “de ander” al met zijn kop bij zijn/haar volgende afspraak was, voelde dat er écht aandacht was voor wat jij zei (verbaal én non-verbaal). Echt in contact.
Een écht gesprek levert altijd nieuwe inzichten op, leidt tot nieuwe betekenissen, geeft nieuwe energie en nieuwe inspiratie. Een écht gesprek is een (open) dialoog, een vrije gedachtewisseling. Géén vooringenomenheid, snelle oordeelsvorming of de intentie om de ander (jou) van jou (zijn/haar) standpunt te overtuigen. Geen stelling die verdedigd of bestreden moet worden. Het is zalig om (weer) eens een écht gesprek te hebben.
Écht in contact en échte gesprekken zijn steeds zeldzamer. Ik spreek mensen die jaren, sommigen nog nooit, een écht gesprek hebben gevoerd. Vrijwel altijd door het ontbreken van de (optimale) omstandigheden. Wat is dan een (optimale) omstandigheid voor een écht gesprek?
Op het werk? Nee! Daar moet van alles, zijn talloze afleidingen, is zelden sprake van een 1 op 1 setting, een (sterke) sociale controle. Thuis? Nee! Daar moet ook van alles, voor dat je het weet is de avond voorbij. Op tijd naar bed want morgen staat de wekker weer. Bovendien kunnen we thuis ook niet zonder (sociale) media. Een echt gesprek duurt zo maar twee uur en wie van ons kan er nog twee uur zonder televisie of internet? Wie kan er twee uur elk pingeltje van de smartphone weerstaan?
Als op het werk en thuis al afvallen als (optimale) omstandigheid dan blijven er weinig opties meer over. In het weekend? Zou kunnen! De meesten van ons zetten dan geen wekker, die gaat de hele week al af. We doen boodschappen, maken het huis schoon en hebben onszelf wat sociale verplichtingen opgelegd. Als het even kan gaan we naar de sportschool of sporten in clubverband. Wellicht vinden we tóch in het weekend een “gaatje” om met iemand in gesprek te gaan. Maar twee uur? Dat is wel heel erg lang.
Gelukkig zijn er nog de vakanties, vaak meerdere keren per jaar. Is dát dan de (optimale) gelegenheid voor een écht gesprek. Ik denk, helaas, óók niet.
Voor een écht gesprek is verblijf in een prikkelvrije zone van belang. Een zone waarin tijd en tijdsdruk géén factor is. Een zone waarin je even niets hoeft met je gedachten, behalve vaststellen dat ze er zijn (Hallo gedachte, leuk dat je er bent. Maar ík ben er óók!) Want jij bent véél méér dan je gedachten.
Jíj hebt óók tijd voor jezelf nodig. Echt tijd voor jezelf. Gewoon even ik.
Omdat échte professionals ook écht voor zichzelf zorgen
